Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Waterfactuur

Gepubliceerd op 12-12-14

Water bestaat in allerlei vormen: leidingwater, grondwater, regenwater… Vroeger waren er ook allerlei waterfacturen: eentje voor de waterleiding, een andere voor de riolering en nog eentje voor de waterheffing. 

Sinds de integrale waterfactuur werd ingevoerd, gebeurt de facturatie meer en meer via de watermaatschappij. In dit onderwerp bekijken we in detail de waterfacturen van de watermaatschappij namelijk: 

 

De waterfactuur voor het leidingwater (LW) wordt opgemaakt door de watermaatschappij en bevat drie componenten:

1. De prijs van het verbruikte leidingwater

De drinkwaterprijs is het bedrag dat je betaalt voor de levering van een m³ drinkwater. De prijzen verschillen van maatschappij tot maatschappij. Dat heeft te maken met de herkomst van het geleverde drinkwater, die verschillend kan zijn. Sommige drinkwatermaatschappijen leveren vooral drinkwater afkomstig uit grondwater, andere uit oppervlaktewater. Ook de aard van het distributiegebied (landelijk of stedelijk) kan mee de prijs bepalen.

2. De bovengemeentelijke saneringsbijdrage

Via de bovengemeentelijke bijdrage betaal je voor de zuivering van het leidingwater in de collectoren en zuiveringsstations van Aquafin. De bovengemeentelijke saneringsbijdrage wordt voor land- en tuinbouwers berekend op basis van de heffingsberekening van de VMM. De bijdrage komt overeen met de heffing op waterverontreiniging voor het deel leidingwater. Het jaar nadien wordt de al betaalde bijdrage op je factuur dan afgetrokken op je heffingsbiljet.  

Voorbeeld 1

Een rundveehouder met 4 gezinsleden verbruikt in totaal 4.500 m³ leidingwater. Voor land- en tuinbouwbedrijven gebeurt de berekening op basis van de forfaitaire omzettingscoëfficiënten die ook de VMM gebruikt om de heffing te berekenen.

Het gezinsverbruik wordt forfaitair vastgesteld op 30 m³/persoon per jaar. De vuilvracht of het aantal vuilvrachteenheden (VE) voor het gezinsverbruik wordt als volgt berekend:

Voor het bedrijfsverbruik bedraagt het aantal vuilvrachteenheden van deze rundveehouderij:

Dit brengt de totale vuilvracht op 13,95 VE.

Het individueel tarief van de bovengemeentelijke bijdrage kunnen we dan als volgt berekenen:

Totale vuilvracht / totale hoeveelheid water X prijs VE 2014 = 13,95 VE / 4.500 m³ X 44,25 = 0,137 euro/m³ 

3. De gemeentelijke rioleringsbijdrage

Met de gemeentelijke bijdrage rekent men de kosten aan voor de inzameling en afvoer van leidingwater via de grachten of de riolering. 

Een landbouw- of tuinbouwbedrijf verbruikt meestal een beperkte hoeveelheid leidingwater. De hoofdbrok is grondwater en regenwater. De regeling is dat iedereen die leidingwater verbruikt solidair meebetaalt voor de rioleringskosten. De afvoer van het leidingwater wordt dus sowieso aangerekend aan iedereen die een aansluiting heeft op het leidingwaternet, ongeacht of er een aansluiting is op het rioleringsnet. Voor de afvoer van het eigen water, daarentegen, kan je een vrijstelling aanvragen via een verklaring op eer (zie factuur eigen water). 

Ook de berekening van de gemeentelijke bijdrage is indirect gebaseerd op de heffingsberekening van de VMM. In tegenstelling tot de bovengemeentelijke bijdrage, zal de gemeentelijke bijdrage niet afgetrokken worden op het heffingsbiljet. Het gaat hier over de afvoer, niet over de zuivering van water.

Voorbeeld 2

 Om de taken met betrekking tot het beheer van grachten en riolering tussen de gemeenten en de drinkwatermaatschappij te verdelen, sluit de drinkwatermaatschappij een contract af met de gemeente of met een door de gemeente aangestelde rioolbeheerder. In dit contract wordt ook het tarief van de gemeentelijke bijdrage vastgelegd. In de meeste gemeenten wordt het maximumtarief aangerekend, namelijk 1,4 x het tarief van de bovengemeentelijke bijdrage.

De rundveehouder met 4 gezinsleden en een verbruik van 4.500 m³ leidingwater (zie voorbeeld 1) betaalt voor de gemeentelijke rioleringsbijdrage:

 1,4 x 0,137 euro/m³ = 0,192 euro/m³

 Andere gemeenten kunnen een lager tarief hanteren of kunnen een extra korting toepassen (bijvoorbeeld een extra tariefvermindering per verbruiksschijf). Indien jouw gemeente een lager tarief toepast, neem je best contact op met je watermaatschappij voor meer informatie.

Naast een factuur voor het leidingwater ontvangen land- en tuinbouwers die eigen water gebruiken nog een tweede factuur van de watermaatschappij, namelijk voor de eigen waterwinning (EWW). Het eigen water is het grondwater, regenwater en oppervlaktewater dat op het bedrijf gebruikt wordt. 

Vanaf kalenderjaar 2014 betalen landbouwers een bovengemeentelijke en gemeentelijke vergoeding voor het eigen water via de waterfactuur van de watermaatschappij. Voorheen betaalden ze aan de watermaatschappij alleen de gemeentelijke vergoeding via de waterfactuur. De bovengemeentelijke component werd via de heffing geïnd. 

Elke landbouwer ontvangt in 2014 één factuur met zowel de bovengemeentelijke als de gemeentelijke vergoeding. Beide bedragen worden individueel berekend op basis van de forfaitaire omzettingscoëfficiënten die de VMM al jaren gebruikt om de heffing te berekenen.

Voorbeeld 3


Een landbouwer met 4 gezinsleden heeft 125 m³ leidingwater en 1400 m³ grondwater verbruikt in 2012. De berekende vuilvracht op basis van de omzettingscoëfficiënten voor zijn totale waterverbruik (VEtot) op het heffingsbiljet is 5,94. De vuilvracht (VE) is het aantal vervuilingseenheden die er per tijdseenheid geloosd worden. Dat is dus de hoeveelheid verbruikt water x de omzettingscoëfficiënt (afhankelijk van de activiteit). De factuur die deze landbouwer ontvangt, is het bedrag voor de afvoer en de zuivering van het eigen water. Net als bij de berekening voor afvoer en zuivering van het leidingwater, krijgt hij hiervoor een ‘landbouwerskorting’. Landbouwers krijgen met andere woorden een individueel tarief, dat lager ligt dan het tarief voor particulieren.

De voorlopige aanrekening van de watermaatschappij die deze landbouwer onlangs in de bus kreeg, bevat de som van deze twee componenten. 

De gemeentelijke en bovengemeentelijke vergoeding staan nu samen op één factuur (afvoer en zuivering EWW). 

Hij betaalt 241,16 euro + 337,63euro = 578,79 euro.  

Net zoals de bovengemeentelijke bijdrage (voor leidingwater), wordt ook de bovengemeentelijke vergoeding (voor eigen water), die de landbouwers al betalen via de waterfactuur, afgetrokken van het volgende heffingsbiljet. De factuur is dus als het ware een voorschot op de heffing. Zijn de bovengemeentelijke bijdrage en vergoeding lager dan de heffing, dan zal je nog een restheffing moeten betalen.

De gemeentelijke vergoeding voor de afvoer van het eigen water, daarentegen, wordt niet afgetrokken.

Landbouwers die geen bedrijfsafvalwater lozen in grachten of riolen kunnen deels vrijgesteld worden van de bovengemeentelijke en gemeentelijke vergoeding als ze een verklaring op eer afleggen.

Verklaring op eer

Landbouwbedrijven gebruiken vaak eigen water (grondwater, hemelwater of oppervlaktewater) als drinkwater voor de dieren. Tuinbouwbedrijven benutten nogal eens eigen water voor het bevloeien van teelten. Dit water komt uiteindelijk niet in de riolering of de gracht terecht, maar komt via een omweg terug op het land. Om de aanrekening voor de afvoer van het water grotendeels te vermijden, kan je een verklaring op eer afleggen. Dat kan op voorwaarde dat je voor je bedrijf geen aansluiting hebt op de riolering of de gracht. 

In dit geval wordt alleen een deel van het huishoudelijk afvalwater aangerekend tegen het particuliere tarief. Het huishoudelijk afvalwater wordt verdeeld pro rata de verhouding van het eigen water en het totaal gebruikte water. De beide bedragen, bovengemeentelijke en gemeentelijke vergoeding, vind je op de voorlopige aanrekening van 2014, die - wanneer je een verklaring op eer hebt ingediend - rekening houdt met deze gedeeltelijke vrijstelling.

Voorbeeld 4 

Dit keer gaan we ervan uit dat onze landbouwer in het verleden een 'verklaring op eer' heeft ingediend. Omdat zijn gezin uit 4 personen bestaat, wordt het huishoudelijke verbruik forfaitair vastgelegd op 4 gezinsleden x 30 m³ = 120 m³. Vervolgens wordt het aandeel huishoudelijk verbruik dat afkomstig is van de eigen waterwinning berekend. 

Dit komt neer op: 120 m³ x hoeveelheid eigen water / totale hoeveelheid water.

In dit voorbeeld wordt dat dus: 120 m³ x 1400 m³/1525 m³ = 110,16 m³.

De bovengemeentelijke vergoeding en de gemeentelijke vergoeding kunnen hier berekend worden door de verkregen hoeveelheid water te vermenigvuldigen met het particuliere tarief voor zuivering en afvoer:
110,16 m³ x particulier tarief zuivering = 110,16 m³ x 0,96 euro = 105,75 euro
110,16 m³ x particulier tarief afvoer = 110,16 m³ x 1,344 euro = 148,06 euro 

Deze landbouwer betaalt dus voor de eigen waterwinning (afvoer en zuivering van EWW) in totaal 253,81 euro. 

Let wel, voor de zuivering van het eigen water (aangerekend via de bovengemeentelijke vergoeding) kan via het heffingsbiljet van VMM een restheffing aangerekend worden (de heffing, verminderd met de al betaalde bovengemeentelijke bijdrage en bovengemeentelijke vergoeding op het waterfactuur).

 

Het water dat een bedrijf gebruikt voor allerhande activiteiten, moet nadien afgevoerd en gezuiverd worden. Voor de afvoer maken we gebruik van de gemeentelijke infrastructuur (grachten, riolering ...), de zuivering gebeurt in de bovengemeentelijke infrastructuur (Aquafin).
Eigen waterwinning (EWW) slaat op alle vormen van waterverbruik (grondwater, oppervlaktewater, regenwater en ander water) behalve het gebruik van leidingwater (LW).

De term 'bijdrage' wordt gebruikt voor water afkomstig van het leidingwaternet, de term 'vergoeding' wordt gebruikt voor water uit een eigen waterwinning.

Indien je een waterfactuur krijgt, is het vaak onduidelijk of het aangerekende bedrag correct is. Bovendien vermelden de afrekeningen vaak de hoofdrubrieken maar niet de detailberekening. Als er dan nog informatie bijhoort op basis van een grootverbruikersaangifte bij VMM, is het soms moeilijk te achterhalen of alle facturen correct berekend zijn.

Aarzel dus niet om raad te vragen aan je milieuadviseur. Houd dan wel altijd de wateraangifte, het heffingsbiljet en alle recente afrekeningen bij de hand. Indien je foutieve berekeningen opmerkt en doorgeeft, worden ze meestal ook onmiddellijk rechtgezet bij de watermaatschappij.

 

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.