Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Kleinschalige vergisting

Gepubliceerd op 09-03-15

De afgelopen jaren won kleinschalige vergisting of ook pocketvergisting genoemd sterk aan belang. Met pocketvergisting worden bedrijfseigen reststromen (meestal rundveemengmest) vergist om dan uit het geproduceerde biogas elektriciteit en warmte te halen. Pocketvergisting wordt ook genoemd als een maatregel om de broeikasgasemissies uit de mestopslag te gaan beperken. Pocketvergisting heeft duidelijk troeven maar toch is het belangrijk om u voldoende te informeren vooraleer te investeren in dit systeem. Ondertussen is het ongeveer 4 jaar geleden dat de eerste pocketvergister op rundveemengmest gebouwd werd door Biolectric. Intussen zijn er reeds meer dan 80 van dergelijke installaties verkocht. De installaties die door Biolectric worden aangeboden hebben een nominaal vermogen van 9,7 kW, 19,4 kW of 29,1 kW. Vanaf begin 2015 is er via het Vlif (Vlaams Landbouw Investerings Fonds) nu ook steun mogelijk voor de randinfrastructuur van kleinschalige vergisting.

Waarom Pocketvergisting?

De hoofdreden waarom veehouders investeren in pocketvergisting is uiteraard om méér zelfvoorzienend te zijn op vlak van energie. Afhankelijk van de hoeveelheid stroom die je nodig hebt op je bedrijf wordt het type vergister best bepaald. Ook het verbruiksprofiel is een aandachtspunt. Robotmelkers hebben een regelmatiger verbruiksprofiel. De elektriciteitsproductie is dan beter afgestemd op het verbruik. Bij het klassiek melken is er een verbruikspiek ’s morgens en ‘s avonds. Installaties met een motor van maximum 10 kW kunnen hier wel gebruik maken van een terugdraaiende teller. Gemiddeld rekenen we voor een melkveebedrijf met een elektriciteitsbehoefte van 5,6 kWh/100 l melk. Hiervan is ongeveer 4,4 kWh/100 l melk voor het melken en koelen, en nog eens 1,2 kWh/100 l melk voor de productie van warm water.

 Aangezien pocketvergisting ook de omgevingsimpact van een bedrijf kan reduceren kan ook dit bepalend zijn in de keuze van de veehouder.

Welke vergunningen heb je nodig?

Kort samengevat bestaat een pocketvergister uit een motor, een reactietank, een digestaatopslag en de nodige randinfrastructuur (leidingen, verhardingen). Een aantal onderdelen van de installatie worden ook beschouwd als hinderactiviteit voorkomend in de indelingslijst van Vlarem. Vroeger was het wel mogelijk om de installaties via een mededeling kleine verandering aan te vragen maar gelet op de risicobeoordeling vraagt de dienst van LNE nu een volledige milieuvergunningsaanvraag. Afhankelijk van de klasse indeling van het bedrijf moet deze aanvraag dan ingediend worden bij de gemeente (klasse 2) of de provincie (klasse 1). Een aantal aandachtpunten zoals geluid, explosieveiligheid ,zonering, ... moeten ook in de vergunningsaanvraag vervat zitten. Er zijn voor dergelijke pocketvergisters wel géén restricties t.a.v. enerzijds de terreingrens en anderszijds t.a.v. gebieden met woonfuncties. De installatie wordt als veilig beschouwd maar er worden een aantal voorwaarden opgelegd zoals o.a. een overdrukbeveiliging.

 

Naast een milieuvergunning ga je voor het plaatsen van een vergistingstank, de bijkomende verharding en/of een digestaatopslag ook een stedenbouwkundige vergunning nodig hebben. Voor deze nodige bij de vergunningsaanvragen kun je steeds bij de milieuadviseurs van SBB terecht.

Hoe zit het met de Vlif-steun?

Kleinschalige vergisting werd een tijd geleden opgenomen in de lijst met maatregelen van het Vlaams Klimaatplan. Dit kwam tot uitvoering via de nieuwe Vlif regelgeving waarin het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen en ammoniak als doelstelling werd opgenomen. De WKK-motor en de vergistingstank zijn wel niet subsidiabel. Men is immers van oordeel dat deze onderdelen van de installatie door het systeem van groenstroom- en warmtekrachtcertificaten reeds voldoende gesubsidieerd worden.

 

Voor de andere randinvesteringen kan er wel 30 % steun verkregen worden. Een bijkomende digestaatopslag is wel niet subsidiabel indien je die niet nodig hebt om te voldoen aan de minimale wettelijke mestopslagplicht (mestopslagcapaciteit voor één jaar).

Impact op de bedrijfsvoering

Voor de verkoop van GSC en WKC bij de forfaitaire landbouwregeling moet een aparte winstberekening opgemaakt worden.

 

Zolang de omzet van de pocketvergister (stroomopbrengst, GSC, WKC) lager is dan 15.000 € wordt dit beschouwd als kleine onderneming en is er geen BTW-boekhouding verplicht. Meestal zit men daar echter boven wat een mogelijke aanpassing van de fiscale structuur vereist.

 

Het is dus aangeraden om alvorens in de installatie te investeren advies te vragen aan uw SBB boekhouder.

Mest versus digestaat?

Naar de verschillen tussen mest en digestaat werd al heel wat onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek toonde duidelijk de verschillen aan tussen mest en digestaat. Door het vergistingproces wordt de organische stof in de mest grotendeels afgebroken en daalt het droge stof gehalte. De aanwezige nutriënten in de mest worden niet afgebroken en blijven aanwezig in het digestaat. Bij het digestaat werd wel een kleine verhoging van de hoeveelheid minerale stikstof vastgesteld. Verder is digestaat ook homogener en dus makkelijker uit te spreiden.

 

Ook door middel van verschillende veldproeven werd er nagegaan welke de verschillen zijn tussen mest en digestaat. De eerste conclusies toonden bij eenzelfde bemestingsniveau geen verschillen in opbrengst aan. Er was ook geen verschil in nitraatresidu. Om het effect van het lagere organische stofgehalte in digestaat op langere termijn te kennen is nog verder onderzoek nodig.

 

Wat is nu de impact op mestwetgeving? Digestaat valt onder de categorie dierlijke mest. Er is geen aparte mestcode hiervoor voorzien. Mestvergisting is ook geen mestverwerking maar een mestbewerking. Indien de pocketvergister en het landbouwbedrijf een verschillende legale entiteit hebben dient er ook een burenregeling en/of mestafzetdocumenten opgemaakt te worden.

Rendabiliteit?

Om de pocketvergister (9,7 kW) jaarrond te laten draaien is er minimum 2200 m3 mest nodig die liefst zo vers mogelijk is. Indien er op het bedrijf enkel 'oude' mest aanwezig is het aanschaffen van een pocketvergister minder of helemaal niet rendabel. Bij stallen met een ruime niet gecompartimenteerde mestkelder is het dus zeker aangewezen om het gaspotentieel van de opgeslagen mest te bepalen. Als er te weinig gaspotentieel aanwezig is in de mest kun je ook weinig energie uit pocketvergisting halen.

 

Wil je toch een pocketvergister bij een bestaande melkveestal plaatsen, dan zal je in bepaalde gevallen de mestkelder onder de stal niet langer kunnen benutten als mestopslag en moet je in extra opslagcapaciteit voorzien, wat natuurlijk een extra investering is.

 

Als je een nieuwe stal wil bouwen met het idee om ook pocketvergisting te installeren, dan kan je hier wel op anticiperen. Een grote mestkelder onder de stal hoef je dan niet te voorzien en kan je beter vervangen door een externe mestopslag. Voor het afvoeren van de mest naar de pocketvergister kan je ook werken met een volle vloer met mestschuif of je kan opteren voor roosters met daaronder een ondiepe kelder van bv. 1 meter diep waaruit de mest dan dagelijks gepompt wordt.

 

Als je er vanuit gaat dat de gasmotor jaarlijks minimum 6700 uren draait is geregeld onderhoud absoluut noodzakelijk. Zoals bij eender welke motor is een defect ook nooit volledig uit te sluiten. Probeer daarom steeds de herstellingstijd van eventuele technische storingen tot een minimum te beperken. De installatie zal uiteraard ook sneller worden terugverdiend als er meer productieve uren op de teller staan. De terugverdientijd van de pocketvergister is hoe dan ook van een aantal parameters afhankelijk. De installaties met het grootste nominaal vermogen worden ook het snelst terugverdiend. Ook het al dan niet voorzien van extra opslagcapaciteit en de vlif-steun maakt een verschil. De terugverdientijd kan variëren van 3 tot 8 jaar afhankelijk van de bedrijfssituatie.

Conclusie

Denk goed na over de implementatie van een pocketvergister op uw bedrijf. De installatie van een pocketvergister is immers niet voor elk bedrijf rendabel. Bekijk alvorens de aankoop ook de fiscale impact op uw bedrijf. Meer informatie over kleinschalige vergisting is ook terug te vinden in de recent door Inagro uitgebrachte brochure 'kleinschalige vergisting'.

 

Wim

Wim

milieu- en bedrijfseconomisch adviseur

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.