Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Extra belastingen op uw bedrijfswagen met tankkaart: hoe vermijden?

Gepubliceerd op 05-07-17

Sinds 1 januari 2017 wordt uw vennootschap zwaarder belast als ze aan u of uw werknemer een bedrijfswagen met tankkaart aanreikt. De vennootschap wordt niet meer belast op 17% van het forfaitair voordeel alle aard maar wel op 40%. Kunt u dit vermijden door beroeps- en privéritten op te splitsen? En zo ja, is dat dan wel voordeliger?

Via een tankkaart draagt uw vennootschap de brandstofkosten voor de privéverplaatsingen (inclusief woon-werkverplaatsingen) van uzelf of uw werknemer(s). Ook als de vennootschap slechts gedeeltelijk de brandstofkosten voor persoonlijk gebruik dekt, wordt de vennootschap belast op 40% van het forfaitair voordeel alle aard en niet meer 17%. Komt u als werkgever echter niet tussen in de brandstofkosten voor privégebruik, dan blijft het percentage van 17% van toepassing.

Een cijfervoorbeeld

Erik heeft als bedrijfsleider een splinternieuwe Audi A6 (dieselmotor) met een CO2-uitstoot van 200 gram/km en een cataloguswaarde van 50.000 €. De wagen wordt ter beschikking gesteld met een tankkaart op naam van de vennootschap. Als Erik de wagen privé gebruikt (inclusief woon-werk), dan wordt het belastbaar voordeel berekend volgens deze formule: cataloguswaarde x ouderdomspercentage x 6/7 x CO2-percentage. Dat komt neer op 7.200 € in het eerste jaar.

Vanaf 2017 wordt Eriks vennootschap belast op 40% van 7.200 €, of 2.880 €. Volgens het gewone tarief van de vennootschapsbelasting komt dit neer op 978,91 euro. Stel dat zijn vennootschap géén brandstofkosten draagt, dan betaalt zijn vennootschap slechts belastingen op 1.224 euro, of 416,04 euro. De vennootschapsbelasting is sinds 1 januari 2017 ook van toepassing indien Erik niet belastbaar is op het voordeel, bijvoorbeeld omdat het voordeel is weggeboekt in zijn rekening-courant!

Nieuw: de brandstofkosten opsplitsen …

Op 30 mei 2017 heeft de fiscus FAQ’s gepubliceerd over de opsplitsing van private en beroepsmatige brandstofkosten. Er zijn twee methodes:

Methode 1: de rittenadministratie

U houdt een administratie bij voor alle beroepsmatige ritten. Dat kan manueel (bv. met een rittenboekje of via een softwareprogramma) of automatisch (via een aangepast GPS-systeem).

Methode 2: de semi-forfaitaire methode

Hierbij worden de privékilometers in het totaal aantal kilometers forfaitair bepaald. Het aantal kilometers voor privégebruik is de afstand woon-werk x 2 x 200 + forfaitair 6.000 km. Wat overschiet, zijn dan de kilometers voor beroepsgebruik.

… maar is dat wel voordelig?

In veel gevallen niet. Rekent u de privébrandstofkosten door aan uzelf of uw werknemer, dan bespaart u nog niet per se op uw vennootschapsbelasting. Hoewel uw vennootschap dan wel belast wordt op de (voordelige) 17% van het voordeel alle aard, kunt u de privébrandstofkosten niet meer aftrekken van uw belastbare winst. Het ene compenseert dus (deels) het andere.

Bovendien betekent zo’n opsplitsing dat u of uw werknemer zélf in de buidel moet tasten om privébrandstof te betalen. En die kosten kunt u niet aftrekken in de aangifte van de personenbelasting.

Conclusie

Als u of uw werknemer veel beroepsmatige en heel weinig privékilometers doet, kan de opsplitsing wel interessant zijn. Op zeker spelen? Vraag een simulatie op maat aan uw SBB-expert en bekijk wat voor u de voordeligste optie is. 

Gregory

Gregory

fiscaal adviseur

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.