Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Dieren laten grazen op uw percelen... Inscharingscontract opstellen!

Gepubliceerd op 06-05-15

Indien uw dieren gedurende een korte of langere periode grazen op landbouwgronden van een andere landbouwer, of indien er dieren van een derde op uw eigen percelen grazen, moet er een overeenkomst opgemaakt worden tussen u en de andere landbouwer. Meer bepaald een inscharingscontract. 

Een inscharingscontract regelt de mestafzet voor de landbouwer waarvan de dieren grazen op percelen van een derde. De landbouwer die het perceel in gebruik heeft op 1 januari, heeft de bemestingsrechten van het perceel. Hij moet zorgen dat het perceel correct wordt bemest gedurende heel het jaar. Hij stelt een perceel ter beschikking van de inschaarder. Daarom moet hij een contract opmaken voor de mest die tijdens de inscharingsperiode door het beweiden van de dieren op zijn grond terecht komt. Indien hij het perceel bovendien nog zelf wil bemesten, moet hij rekening houden met de inscharing.

Welke gegevens bevat het inscharingscontract?

Het inscharingscontract moet van beide partijen (houder perceel - inschaarder) de naam, het exploitant- en het exploitatienummer bevatten alsook het exploitatieadres. Beiden moeten het contract ondertekenen, én bovendien moeten zowel de houder van het perceel als de inschaarder gekend zijn bij de Mestbank als actieve landbouwer. 

Verder moet de diersoort en het aantal dieren dat op het perceel zal grazen, vermeldt worden. Tenslotte moet de periode van inscharing ingevuld worden, de begin- en einddatum moeten in hetzelfde kalenderjaar vallen.

Berekening mestafzet

De berekening van het aantal nutriënten gebeurt o.b.v. de diercategorie, het aantal dieren, en begin- en einddatum. De Mestbank registreert het inscharingscontract en kent een nummer toe aan de inscharing. A.h.v. de gegevens op het inscharingscontract is de hoeveelheid N en P2O5 die tijdens de begrazing door de dieren op het perceel terechtkomt, gekend. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de netto-uitscheidingscijfers voor N en met de uitscheidingscijfers voor P2O5. De berekende hoeveelheid mest (N en P2O5) wordt door de Mestbank meegedeeld aan de houder van het perceel en aan de inschaarder.

Wanneer indienen?

Het contract wordt ten vroegste bezorgd aan het Mestbank op de datum waarop de inscharing start. Ten laatste 14 dagen na de begindatum moet het inscharingscontract ingediend worden. Het contract moet bovendien in 3 exemplaren worden opgemaakt: 1 voor de Mestbank, 1 voor de houder van het perceel en 1 voor de inschaarder. De overeenkomst wordt opgemaakt door de inschaarder, hij bezorgt het exemplaar aan de houder van het perceel en aan de Mestbank.

Wijziging van het inscharingscontract mogelijk?

Voor de wijziging van het inscharingscontract is er een formulier beschikbaar op de website van de Mestbank 'wijziging of annulering van een inscharingscontract'. Hiermee kan gemeld worden dat de inscharing niet of onvolledig is uitgevoerd. Het formulier moet zo snel mogelijk en uiterlijk 20 kalenderdagen na het einde van de inscharing aan de Mestbank bezorgd worden. Het inscharingsnummer, samen met de handtekening van de houder van het perceel en de inschaarder, moet vermeld staan. Er moet ook meegedeeld worden welk deel van de inscharing wél werd uitgevoerd. De berekening van de afgezette nutriënten gebeurt opnieuw a.h.v. de aangepaste informatie.

Voorbeeld beweiding paarden:

Bij een weideperiode voor paarden van bijvoorbeeld 6 maanden komt de helft (uitscheidingsnorm x 6/12) van de jaarlijkse netto-N- en P2O5-uitscheiding als rechtstreekse bemesting op de weide terecht. Wanneer de N- en de P2O5 bemestingsnorm (170 kg N/ha uit dierlijke mest en 100 kg P2O5/ha) wordt gedeeld door de respectievelijke netto-N- en P2O5-uitscheiding gedurende de weideperiode bekomen we de volgende bezetting van paarden per ha:

  

Wanneer bijvoorbeeld 20 ton/ha rundermengmest (= 96 kg N en 28 kg P2O5) ingezet wordt om nog een eerste snede gras van de weide te halen, dan is er nog slechts ruimte voor het toedienen van 74 kg N/ha en 62 kg P2O5/ha. Het aantal paarden dat dus gedurende de resterende weideperiode nog kan grazen op deze gemaaide weide, moet dus verminderd worden om te voldoen aan de bemestingsnormen. 

Omgekeerd kan men, wanneer men wenst uit te gaan van een vaste bezetting van paarden, ook het aantal dagen berekenen dat de paarden maximaal mogen grazen om aan de bemestingsnormen te voldoen.

 Indien het te beweiden perceel gelegen is in een kwetsbaar gebied natuur, waar een bemestingsverbod geldt, moet de bezetting aangepast worden. Er is voor deze gronden een uitzondering op dit bemestingsverbod, namelijk de bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, waarbij 2 grootvee-eenheden (2 GVE) per ha op jaarbasis worden toegelaten. 

Van zodra mest op landbouwgronden terechtkomt die niet behoren tot de exploitatie waar de mest wordt geproduceerd, moet u dit kenbaar maken aan de Mestbank via het inscharingscontract.

 

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.