Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

De VLAREM-familie breidt uit

Gepubliceerd op 25-09-14

Op 22 september werd de nieuwste telg uit de milieuwetgeving gepubliceerd. De naam is Vlarem III. Vlarem III is specifiek bedoeld voor GPBV-bedrijven. Veehouderijen met meer dan 40.000 stuks pluimvee, met meer dan 750 zeugen of met meer dan 2.000 mestvarkens (> 30 kg) worden door de wetgever beschouwd als GPBV-bedrijven.

In Vlarem III worden algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor deze bedrijven gebundeld. Zo gelden onderstaande algemene voorwaarden voor deze bedrijven:

  1. alle passende preventieve maatregelen tegen verontreiniging moeten genomen worden; 
  2. de BBT (Best Beschikbare Technieken) moeten toegepast worden; 
  3. de exploitatie mag geen significante verontreiniging veroorzaken; 
  4. het ontstaan van afvalstoffen moet voorkomen worden; 
  5. als toch afvalstoffen worden voortgebracht, worden ze in prioriteitsvolgorde en conform het Materialendecreet en het VLAREMA, voorbereid voor hergebruik, gerecycleerd, teruggewonnen of, als dat technisch en economisch onmogelijk is, op zo’n wijze verwijderd dat milieu-effecten worden voorkomen of beperkt;
  6. de energie moet op doelmatige wijze gebruikt worden; 
  7. de nodige maatregelen moeten genomen worden om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken; 
  8. bij de definitieve stopzetting van de activiteiten moeten de nodige maatregelen genomen worden om elk risico van verontreiniging te voorkomen en om het bedrijfsterrein weer in de bevredigende toestand te brengen.

Bijkomend is er een monitoringsplicht van toepassing:

  1. De exploitant moet een monitoring, bemonstering en beoordeling van emissies doen conform de bepalingen van deel 4 van Vlarem II.
  2. 2. De exploitant brengt de toezichthouder regelmatig en ten minste jaarlijks op de hoogte van de informatie die wordt verkregen op basis van de resultaten van de monitoring van emissies die dit besluit of de milieuvergunning heeft opgelegd, en van andere vereiste gegevens aan de hand waarvan de toezichthouder de naleving van de vergunningsvoorwaarden kan toetsen.
  3. De exploitant bezorgt op verzoek van de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, alle gegevens die voor de toetsing van de vergunningsvoorwaarden.

Concrete modaliteiten voor deze laatste zijn nog niet bekend.

 

Jan

Jan

productmanager milieu

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.