Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Waarmee moet men rekening houden bij de oprichting van een btw-eenheid?

Gepubliceerd op 11-04-16

De leden van een btw-eenheid worden als één btw-plichtige beschouwd. De belastbare handelingen tussen de leden worden dan ook beschouwd als zijnde buiten btw-toepassingsgebied waardoor er geen btw op moet worden aangerekend. De btw-aangiften worden ingediend op niveau van de eenheid.

Het recht op btw-aftrek van de leden wordt ook berekend op niveau van de btw-eenheid en wordt in principe niet beïnvloed door de "interne handelingen".

Met behulp van een btw-eenheid is het dan ook mogelijk de cashflow van de groep te optimaliseren of om meer recht op btw-aftrek te bekomen.

1. Oprichtingsvoorwaarden btw-eenheid

Om een btw-eenheid te kunnen oprichten moeten drie voorwaarden cumulatief voldaan zijn, met name:

Financiële verbondenheid
De Administratie veronderstelt dat wanneer een belastingplichtige rechtstreeks of onrechtstreeks 10% of meer van de aandelen bezit in een andere vennootschap er sprake is van financiële verbondenheid.

Ook wanneer de aandelen van de belastingplichtigen die deel wensen uit te maken van de btw-eenheid voor meer dan 10% in handen is van één en dezelfde persoon, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks.

Organisatorische verbondenheid
Er is sprake van organisatorische verbondenheid indien:

Economische verbondenheid
Economische verbondenheid impliceert dat:

2. Indiening van de aanvraag tot oprichting van een btw-eenheid

Van zodra de samenstelling van de btw-eenheid gekend is, duiden de leden een vertegenwoordiger aan die zal optreden in naam en voor rekening van de leden. Hij wordt de contactpersoon met de administratie. Met het oog op het vervullen van deze taak, verlenen de leden hem een volmacht.

De vertegenwoordiger van de btw-eenheid dient bij volmacht een gemotiveerd verzoek in bij zijn btw-controlekantoor. Dit gebeurt aan de hand van het formulier 606A en de bijhorende inlichtingenbladen optioneel lid en/of verplicht lid (terug te vinden op www.finform.fgov.be).

De “aanvraag tot identificatie van een btw-eenheid” geldt als de aangifte van aanvang van werkzaamheid. Opdat de aanvraag volledig zou zijn, moeten ook nog een aantal bijlagen bijgevoegd worden, waaronder de volmachten van de leden, de bewijsstukken inzake de verbondenheidsvoorwaarden en het organigram van de groep.

Het eigenlijke onderzoek van het dossier zal uitgevoerd worden door de gewestelijke directie bevoegd voor het controlekantoor waaronder de btw-eenheid ressorteert. Van zodra het dossier volledig is, heeft de administratie één maand de tijd om zich al dan niet akkoord te verklaren. Bij een positieve beslissing is de btw-eenheid van kracht de 1ste van de maand volgend op de maand waarin de administratie zijn beslissing moet nemen en dit tot tenminste 31 december van het derde jaar volgend op de oprichting.

Zowel een negatieve als een positieve beslissing wordt schriftelijk meegedeeld en voldoende gemotiveerd.

Mochten er gegevens ontbreken, dan wordt de vertegenwoordiger daarvan op de hoogte gesteld. Hij beschikt dan over een 15-tal dagen om de gevraagde informatie schriftelijk te bezorgen.

In de loop van het bestaan van de btw-eenheid kan de samenstelling wijzigen: leden kunnen toetreden, andere kunnen uittreden. Deze wijzigingen moeten op een gepaste manier aan de administratie bekendgemaakt worden.

3. Btw-verplichtingen en –rechten: een aantal bijzonderheden

1. Algemeen
De btw-eenheid is een btw-belastingplichtige. Ze heeft dan ook dezelfde rechten en plichten als elke andere btw-belastingplichtige. De btw-eenheid treedt in de plaats van zijn leden. Bij stopzetting of bij uittreding nemen de betrokken leden de plaats in van de btw-eenheid voor het deel dat betrekking heeft op hun activiteiten.

2. Recht op aftrek en herziening

a. Recht op aftrek
Om het recht op aftrek van de btw-eenheid te bepalen, worden in eerste instantie enkel de externe activiteiten van de btw-eenheid bekeken. Indien de externe handelingen enkel bestaan uit belastbare handelingen, dan heeft de betrokkene een volledig recht op aftrek. De interne handelingen beïnvloeden dan geenszins het recht op aftrek. Wel moet de belastingplichtige de bepalingen van art. 45 tot 49 WBTW in acht nemen. Dit betekent concreet dat wanneer een goed of een dienst aangewend wordt voor belastbare handelingen, de btw volledig aftrekbaar is. Worden de goederen en diensten aangewend voor andere dan beroepsactiviteiten, zal de betaalde btw niet aftrekbaar zijn.

Worden door de btw-eenheid enkel vrijgestelde handelingen gesteld, dan heeft de btw-eenheid uiteraard geen recht op aftrek.

Bij gemengde belastingplicht zal de btw-belastingplichtige een keuze moeten maken met het oog op het uitoefenen van zijn recht op aftrek: ofwel past hij het algemeen verhoudingsgetal toe, ofwel het werkelijk gebruik.

b. Herzieningen
Bij de toetreding en de uittreding van een lid dienen m.b.t. de bedrijfsmiddelen herzieningen uitgevoerd te worden zowel in hoofde van het toetredend/uittredend lid als in hoofde van de btw-eenheid.

Het toetredend lid dient de btw te herzien van de bedrijfsmiddelen, zowel de roerende als de onroerende goederen, in het voordeel van de Schatkist en in de mate dat de herzieningstermijn nog niet verstreken is. De btw die moet teruggestort worden, moet opgenomen worden in de laatste aangifte van het toetredend lid. De btw-eenheid op haar beurt kan de btw die nu drukt op de bedrijfsmiddelen herzien in haar voordeel rekening houdend met de aanwending binnen de eenheid en het recht op aftrek van de btw-eenheid. Deze correctie moet opgenomen worden in de btw-aangifte m.b.t. dezelfde periode als die van het toetredend lid. Bij de oprichting van de btw-eenheid is dit de allereerste aangifte van de btw-eenheid.

In het omgekeerde geval, nl. bij uittreding, is de situatie omgekeerd. De btw-eenheid herziet de btw in het voordeel van de Schatkist op de bedrijfsmiddelen die in de toekomst niet meer zullen worden gebruikt door de btw-eenheid (komen toe aan het uittredend lid) en waarvan de herzieningstermijn nog niet verstreken is. Deze correctie moet opgenomen worden ofwel in de allerlaatste aangifte van de btw-eenheid (bij stopzetting), ofwel in de aangifte m.b.t. de periode waarin het lid is uitgetreden. Het uittredend lid herziet de btw op de bedrijfsmiddelen die hem toekomen in zijn voordeel rekening houdend met de nog te lopen herzieningsperiode en waarvoor ze zullen aangewend worden. De btw die voor teruggaaf in aanmerking komt, wordt verwerkt in de allereerste aangifte van het uittredend lid.

Omwille van het feit dat de herzieningen een belangrijke voorfinanciering betekent, heeft de wetgever een compensatiemaatregel voorzien in KB nr. 3 WBTW. Deze verrekening vereist de schriftelijke toestemming van het (de) betrokken lid (leden) en de vertegenwoordiger van de btw-eenheid. De verrekening gebeurt in hoofde van de btw-eenheid.

Om de regel te kunnen toepassen, dient per lid een inventaris opgemaakt te worden van de bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor herziening.

Volgende gegevens moeten vermeld worden:

Deze inventaris wordt verstuurd naar de controlekantoren waaronder de betrokken leden en de btw-eenheid ressorteren, vergezeld van het akkoord tussen de partijen betrokken bij de compensatiemaatregel.

Het uiteindelijke resultaat wordt opgenomen in de aangifte van de btw-eenheid. Al naargelang de situatie zijn volgende situaties mogelijk:

c. Hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 51ter WBTW)
De leden van de btw-eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden, boetes, intresten en kosten van de eenheid m.b.t. de periode waarin ze effectief deel uitmaken/uitmaakten van de btw-eenheid.

Dit betekent dat elk lid kan aangesproken worden om de verschuldigde btw integraal te betalen. Betaling van het ene lid bevrijdt de andere leden t.a.v. de Staat voor deze schulden.

Diegene die betaalt, kan de btw recupereren van de andere leden voor hun aandeel in de schulden.

d. Interne leveringen en de opmaak van een intern stuk
De levering die het ene lid van een btw-eenheid doet aan een ander lid valt buiten de btw-wetgeving. Bijgevolg vervalt de verplichting om een factuur op te maken. Desalniettemin dient voor deze handeling toch een bijzonder stuk uitgereikt te worden.

Het stuk moet uitgereikt worden binnen dezelfde termijn als een factuur en moet volgende vermeldingen bevatten:

Het maakt geen melding van een btw-bedrag gezien de handeling buiten de btw-wetgeving valt.

Tevens zijn er een aantal handelingen tussen de leden die weliswaar buiten de btw-wetgeving vallen, maar toch btw-technisch gevolgen hebben. Zoals voorheen reeds aangehaald, mogen de bepalingen van art. 12 en art. 19 WBTW (gelijkstelling met dienst/levering) niet uit het oog verloren worden. Indien een lid een computer levert aan een ander lid en deze laatste wendt dit goed aan als bedrijfsmiddel, dan dient deze transactie gelijkgesteld te worden met een levering en dit op basis van art. 12, §1, 3° WBTW. In dit geval wordt de maatstaf bepaald door de aankoopprijs of de kostprijs. Voert een lid een werk in onroerende staat uit voor een ander lid dan treedt art. 19, §2, 1° WBTW in werking en hebben we te maken met een gelijkstelling met een dienst. De maatstaf van heffing wordt gevormd door de normale waarde. Wordt een roerend goed tijdelijk voor andere dan beroepsdoeleinden of voor privé-doeleinden van het personeel gebruikt dan treedt art. 19, §1 WBTW. Voor deze gelijkstelling met een dienst wordt als maatstaf van heffing de gedane uitgaven genomen.

e. Externe handelingen
De handelingen die plaatsvinden tussen derden en de leden van de btw-eenheid worden geacht te zijn verricht door de btw-eenheid. Of een vrijstelling, een verlegging van heffing, een verlaagd tarief, enz. al dan niet kan toegepast worden, moet beoordeeld worden in hoofde van de btw-eenheid.

Handelingen verricht buiten het Belgische grondgebied vinden plaats buiten België en worden geacht te zijn verricht door het lid en niet door de btw-eenheid.

f. Btw-aangifte en listings
De btw-eenheid wordt als btw-belastingplichtige aangemerkt en dient de geconsolideerde btw-aangifte in. Opmerkelijk is dat de onderlinge handelingen moeten opgenomen worden in de aangifte en wel in vak 00 en vakken 81, 82 of 83 al naargelang de aard van de aankoop. De btw-eenheid is bovendien gehouden jaarlijks een lijst in te dienen van de handeling van elk lid aan een ander lid.

Elk lid afzonderlijk dient jaarlijks een klantenlisting in voor zijn leveringen en diensten (ook binnen de btw-eenheid). De btw-eenheid zal dus geen klantenlisting indienen. Een gelijkaardige regeling is van kracht voor de intracommunautaire opgave.

Elk lid zal een btw-boekhouding moeten voeren m.b.t. haar activiteiten. De btw-eenheid zal dus geen geconsolideerde boekhouding voeren.

Leslie

Leslie

fiscaal adviseur

Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.