Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Scholenbouw vanaf 1 januari 2016 aan 6% btw

Gepubliceerd op 08-01-16

Vanaf 1 januari 2016 is het btw-tarief voor het (ver)bouwen van scholen gedaald van 21% naar 6%. Het koninklijk besluit van 14 december 2015 heeft een nieuwe rubriek "XI. Schoolgebouwen" toegevoegd aan het koninklijk besluit nr. 20 dat de verlaagde btw-tarieven opsomt, waardoor de maatregel definitief geworden is. De toepassing hiervan werd ondertussen verder verduidelijkt door de btw-administratie in een beslissing (nr. ET 129.073 van 27.01.2016).

Welke gebouwen worden bedoeld?

Het moet gaan om werken aan schoolgebouwen, namelijk gebouwen die hoofdzakelijk worden gebruikt door een onderwijsinstelling die ze heeft opgericht, aangekocht of gehuurd voor het verstrekken van onderwijs.

Van belang is dat het gebouw moet worden gebruikt voor onderwijs dat bestaat uit het geven van lessen, normaal gezien gedurende een periode dat overeenstemt met een school- of academiejaar, met inachtneming van een pedagogisch programma en de organisatie van de examens gebeurt met het oog op de aflevering van een geschrift (diploma, getuigschrift, brevet, attest,...).

Hiermee bedoelt de btw-administratie de schoolgebouwen die effectief bestemd zijn voor school- of universitair onderwijs, in het bijzonder voor het verschaffen van kleuteronderwijs, lager en middelbaar onderwijs, hogeschool- en universitair onderwijs, buitengewoon onderwijs, volwassenonderwijs, enz.

Ook gebouwen die door een muziekacademie of kunstacademie gebruikt worden voor het geven van kunstonderwijs en dergelijke zouden in aanmerking kunnen komen, mits de lessen die worden verstrekt geen louter recreatief karaker hebben.

Ook de gebouw waar beroepsopleidingen worden gegeven die direct tot doel hebben een vak of een beroep aan te leren, net als de in dit kader gegeven bijscholingen, herscholingen of permanente vorming. Hierbij wordt niet geëist dat deze opleidingen wordt verstrekt gedurende een school- of academiejaar.

Niet enkel de lokalen bestemd voor het eigenlijke onderricht (klaslokalen, zorglokaal, sportzaal, aula,...) zijn bedoeld, maar ook alle andere plaatsen die door de studenten worden gebruikt (refter, leeszaal,...) of door het personeel, de technische lokalen, de administratieve lokalen,... Ook de speelplaats, het sportterrein, de fietsenstalling, de parking kunnen onder het verlaagd btw-tarief vallen. Van belang is dat ze deel uitmaken van het terrein waarop het schoolgebouw is opgericht.

Welke handelingen worden bedoeld?

Het verlaagd btw-tarief van 6%, zal kunnen worden toegepast voor:

Het moet effectief gaan om "werken in onroerende staat" aan de "schoolgebouwen". Het verlaagd btw-tarief geldt niet voor de gewone schoonmaakactiviteiten, zoals het kuisen van gangen, lokalen, ramen, ...

Het ontstoppen van riolen en leidingen, het zandstralen van gevels, het plaatsen van de elektriciteit en de loodgieterij of het plaatsen van inbouwpots zijn wél werken in onroerende staat waarvoor het verlaagd tarief geldt.

De loutere leveringen van materialen, worden niet beschouwd als "werken in onroerende staat", en moeten aan 21% btw worden gefactureerd.

Het is niet altijd duidelijk of op een bepaalde dienstprestatie het 6% tarief of het 21% tarief moet worden toegepast. Of een dienst kwalificeert als een "werk in onroerende staat" is een feitenkwestie en zorgt regelmatig tot discussie met de btw-controle.

Aansprakelijkheid van de leverancier of dienstverrichter en de afnemer

Normaal gezien voorziet de btw-wetgeving in een hoofdelijke aansprakelijkheid tussen de dienstverrichter of leverancier en de afnemer voor wat betreft de verschuldigdheid van de btw. Dit betekent wanneer er te weinig btw wordt afgedragen aan de schatkist, de btw-administratie deze btw kan naheffen zowel bij de dienstverrichter/leverancier als bij de klant.

Hier wordt er echter voorzien dat wanneer de leverancier of dienstverrichter moet vertrouwen op de informatie van zijn klant over de aanwendingen van het gebouw (is het wel voor onderwijs bestemd), hij een schriftelijke bevestiging kan vragen van de afnemer over de aard en de bestemming van het gebouw. Op die manier wordt hij ontlast van zijn aansprakelijkheid, behalve wanneer zou blijken dat de partijen zouden samenspannen. Dit is enkel van belang voor de dienstverrichter of leverancier die wel degelijk btw op de factuur moet aanrekenen. De btw moet echter "verlegd" worden naar de afnemer wanneer deze afnemer zelf een belastingplichtige is die periodieke btw-aangiften (per maand of per kwartaal) indient. In dat geval moet de afnemer zelf beoordelen welk btw-tarief hij moet toepassen.

Bij twijfel omtrent de concrete toepassing van het verlaagd btw-tarief is het aangeraden uw lokale SBB-consulent te contacteren.

Leslie

Leslie

fiscaal adviseur

Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.