Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Is de aanwas van vruchtgebruik aan uw langstlevende partner wel altijd even fiscaalvriendelijk?

Gepubliceerd op 22-08-16

Wanneer echtgenoten onroerende of roerende goederen schenken en zich het vruchtgebruik op de geschonken goederen voorbehouden, hebben zij ook dikwijls de wens dat het vruchtgebruik van de eerstoverleden schenker zou toevallen aan de langstlevende van de schenkers.

Om de totaliteit van het vruchtgebruik bij de langstlevende van de schenkers te krijgen kan er enerzijds gewerkt worden met een beding van aanwas en anderzijds met een beding van terugval van vruchtgebruik.

De vraag stelt zich of zulke bedingen wel fiscaal voordelig zijn.

Het beding van aanwas van vruchtgebruik kan enkel gebruikt worden ingeval de echtgenoten een gemeenschappelijke of onverdeelde eigendom schenken aan bvb. hun kind. In dit geval wordt aan de begiftigde de last opgelegd om bij het overlijden van de eerststervende schenker, het vruchtgebruik af te staan aan de langstlevende schenker. Aangezien de aanwas van vruchtgebruik in dit geval door de fiscus als een last van de schenking wordt beschouwd, zal de overgang van dit vruchtgebruik aan de langstlevende schenker niet belast worden. Noch met erfbelasting, noch met schenkbelasting. Er wordt algemeen aanvaard dat zulk beding van aanwas een bijkomende last is van de schenking en bijgevolg niet moet worden beschouwd als een bijkomende schenking.

Het beding van terugval van vruchtgebruik wordt daarentegen gebruikt ingeval een schenker een eigen goed aan bvb. zijn kind schenkt. De schenker bedingt vervolgens in de schenkingsakte dat zijn vruchtgebruik ingeval van zijn overlijden nog niet mag aanwassen bij de naakte eigendom van de begiftigde, doch dat zijn vruchtgebruik dient over te gaan naar diens echtgenote/partner. De fiscus beschouwt deze terugval als een 'nieuwe schenking' die tot uitvoering komt onder de opschortende voorwaarde van het vooroverlijden van de schenker. De fiscus zal deze secundaire schenking dan ook overeenkomstig belasten met schenkbelasting wanneer ze tot uitvoering komt. Bij een schenking van onroerend goed met beding van terugval van vruchtgebruik zal door de Vlaamse Belastingdienst schenkbelasting geheven worden op de waarde van het vruchtgebruik op datum van het overlijden van de schenker. Een schenking van roerende goederen met beding van terugval van vruchtgebruik wordt daarentegen door de fiscus gekwalificeerd als een fictief legaat, waardoor erfbelasting zal verschuldigd zijn op de waarde van het vruchtgebruik op moment van het overlijden van de eerststervende schenker.

In bepaalde gevallen zijn er echter ook andere mogelijkheden om de totaliteit van het vruchtgebruik belastingvrij bij de langstlevende te krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan de toepassing van de regels van de erfrechtelijke inbreng. De specialisten van SBB kunnen u adviseren over hetgeen in uw persoonlijke situatie het meest aangewezen is. Aarzel niet ons te contacteren voor specifiek advies.

Silke

Silke

adviseur successie- en vastgoedplanning

Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.