Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Intragroepsfinanciering: een winstdelende lening van een buitenlandse moedervennootschap

Gepubliceerd op 05-07-17

Een winstdelende lening of een ‘profit participating loan’ (PPL) is een financieringstechniek die vaak gebruikt worden in een internationale groep van vennootschappen. In het verleden was dit een fiscaal interessante optimalisatietechniek maar door een wijziging van de Europese moeder-dochterrichtlijn is de financieringstechniek minder interessant geworden… Hierna geven we een korte toelichting over de fiscale aandachtspunten wanneer een buitenlandse moedervennootschap een winstdelende lening geeft aan een Belgische dochtervennootschap.

Wat is een winstdelende lening?

Een winstdelende lening is een hybride lening. De interestvergoeding bij zo’n lening is doorgaans afhankelijk van de winstgevendheid van de ontlener. De ontlener dient dus een interest te betalen in functie van zijn nettoresultaat. Als dit resultaat negatief is, dan is er in de regel geen interest verschuldigd. Dat soort hybride financieringstechniek kan gebruikt worden tussen een Belgische dochtervennootschap en de moedervennootschap, bijvoorbeeld in Luxemburg of Nederland.

Kan de Belgische dochtervennootschap de betaalde interesten fiscaal aftrekken?

De Belgische vennootschap kan de betaalde interesten in principe fiscaal aftrekken. De interestvergoeding moet wel marktconform zijn en mag dus niet overdreven zijn. Het overdreven gedeelte van een interestvergoedingen is immers niet aftrekbaar.

Aangezien de Belgische dochter en de moedervennootschap tot dezelfde groep behoren, zijn de interesten beperkt aftrekbaar wegens de zgn thin-cap regel. Die regel bepaalt dat de interesten volledig aftrekbaar zijn indien de lening niet meer bedraagt dan 5 maal de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het gestort kapitaal op het einde van het boekjaar.

Een Belgische vennootschap die voor meer dan 100.000 euro (zowel interesten als kapitaalaflossingen) per jaar betaalt aan een vennootschap gevestigd in een ‘belastingparadijs’ mag de interestvergoeding als een kost aftrekken indien die betalingen worden aangegeven in een bijzondere aangifte (formulier 275F). Luxemburg bijvoorbeeld staat niet (meer) op de zwarte lijst van ‘belastingparadijzen’. De interestvergoedingen betaald aan een Luxemburgse vennootschap zijn dus aftrekbaar, zelfs indien de betalingen (interestvergoedingen en kapitaalaflossingen) meer dan 100.000 euro per jaar bedragen.

Is de buitenlandse moedervennootschap in België belastbaar op de ontvangen interesten?

Het is mogelijk dat de buitenlandse vennootschap onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld is van de Belgische roerende voorheffing. Bijvoorbeeld een Luxemburgse vennootschap die gedurende minstens een jaar voor ten minste 25% aandeelhouder is in de Belgische vennootschap, is in principe vrijgesteld van de Belgische roerende voorheffing. De Belgische administratie (rulingcommissie) heeft die fiscale vrijstelling herhaaldelijk bevestigd nadat werd aangetoond dat de Luxemburgse vennootschap haar werkelijke zetel en een substantiële economische activiteit heeft in Luxemburg.

Opgelet, sinds 1 januari 2017 is de vrijstelling van de inning van de roerende voorheffing onderworpen aan een nieuwe specifieke anti-misbruikregel. De vrijstelling van de roerende voorheffing wordt voortaan geweigerd indien de financiële constructie kunstmatig is en niet beantwoord aan zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen.

Is de buitenlandse moedervennootschap in het buitenland belastbaar op de ontvangen interesten?

Door de gewijzigde Europese regels zijn de regels veranderd op 1 januari 2016. De wijziging heeft gevolgen gehad voor onder meer de kredietgevende moedervennootschappen gevestigd in Luxemburg.

Tot 31 december 2015 werden de ontvangen interesten in Luxemburg gekwalificeerd als ‘dividenden’. Bijgevolg kon de Luxemburgse vennootschap de ontvangen ‘dividenden’ fiscaal vrijstellen op grond van de Europese moeder-dochterrichtlijn. Dit maakte de zgn PPL-financieringen zeer interessant bij een internationale intragroepsfinanciering. De betaalde interesten waren fiscaal aftrekbaar bij de dochtervennootschap en konden dus zonder belastingen doorgeschoven worden naar een Luxemburgse moedervennootschap …

Sinds 1 januari 2016 is de fiscale vrijstelling van een ontvangen dividend afhankelijk van de fiscale niet-aftrekbaarheid bij de dochtervennootschap (gewijzigde Europese moeder-dochterrichtlijn dd. 8 juli 2014 – 2017/86/EU). Met andere woorden, indien de dochtervennootschap de interesten fiscaal niet kan aftrekken, dan mag de Luxemburgse moedervennootschap de ontvangen vergoeding vrijstellen van de Luxemburgse vennootschapsbelasting. Echter, indien de dochtervennootschap de interesten fiscaal kan aftrekken, dan mag de Luxemburgse moedervennootschap de ontvangen vergoeding niet (meer) vrijstellen van de Luxemburgse vennootschapsbelasting.

Een groep van vennootschappen kan dus niet meer van twee walletjes eten …

Een PPL-intragroepsfinanciering in een internationale context is vandaag nog steeds mogelijk maar is fiscaal minder aantrekkelijk geworden. De betaalde interesten zijn fiscaal aftrekbaar bij de Belgische dochtervennootschap waardoor de interestvergoeding fiscaal niet meer als een ‘dividend’ mag worden vrijgesteld bij de moedervennootschap.

 

Gregory

Gregory

fiscaal adviseur

Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.