Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Onbelast bijverdienen in een vereniging: dit zijn de voorwaarden

15 jul 18 Door Nick Meerlaen

 

Vanaf 15 juli 2018 treedt het nieuwe statuut ‘Plussen’ in werking. Werknemers, zelfstandigen of gepensioneerden die in uw vereniging komen bijklussen, mogen tot 6.130 euro per jaar onbelast bijverdienen. Daar hangen echter enkele voorwaarden aan vast.

‘Plussen’ is een maatregel uit het Zomerakkoord die onbelast bijverdienen mogelijk maakt. Wie bijvoorbeeld verenigingswerk uitvoert, kan vanaf 15 juli 2018 tot 510,83 euro per maand (of 6.130 euro per jaar) opstrijken. Dit kan zowel bij vzw’s als bij feitelijke verenigingen en openbare besturen. Maar aan het nieuwe statuut hangen ook enkele vereisten vast: van het soort werk tot een online aangifte.

Wie mag onbelast bijklussen?

Er zijn 4 categorieën ‘plussers’ die, al dan niet onder voorwaarden, bij u onbelast mogen bijverdienen:

  • Werknemers: op voorwaarde dat zij minstens 4/5 werken. Als referentie neemt men 3 kwartalen voordien. Studentenovereenkomsten tellen niet mee.
  • Zelfstandigen in hoofdberoep: mits zij sociale bijdragen betalen. Ook bij deze categorie telt de 3 kwartalen voordien als referentiepunt. Bovendien mag het verenigingswerk niet in de lijn liggen met de beroepsmatige activiteit.
  • Gepensioneerden: aan deze categorie hangen geen voorwaarden vast.
  • Werklozen: mogen niet onbelast bijverdienen, al zijn er enkele uitzonderingen. Als een persoon werkloos wordt wanneer de overeenkomst voor verenigingswerk nog loopt, mag hij of zij blijven ‘plussen’.

En tot slot: de plusser moet een Belgisch rijksregisternummer hebben.

Het verschil tussen verenigings- en vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is zonder verplichting en onbetaald. Vrijwilligers kunnen enkel hun onkosten vergoed krijgen. Er is geen aangifte. Verenigingswerk is wel betaald en dus formeler.

Om welke taken gaat het?

Niet zomaar elke activiteit voor een vereniging telt als ‘verenigingswerk’. Pas als een taak op de officiële lijst staat, komt het in aanmerking voor onbelast bijverdienen. Enkele voorbeelden zijn het begeleiden van een schooluitstap en prestaties als sporttrainer.

Opgelet: de lijst met de toegestane activiteiten wordt binnenkort ingeperkt. Zo zal leiding van jeugdbewegingen naar alle waarschijnlijkheid niet onbelast kunnen bijverdienen. U controleert dus best de lijst voordat u een overeenkomst opstelt. 

In de praktijk: overeenkomst en aangifte

Als u iemand wil inschakelen via dit stelsel, stelt u een geschreven overeenkomst op. Die bevat onder meer de duur, de vergoeding, de frequentie en de prestaties. Daarnaast sluit u een verzekering af voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke schade. Deze polisnummers vermeldt u ook op de overeenkomst.

Tot slot geeft u elke klus vooraf aan via de online tool ‘Bijklussen’. U moet telkens het type activiteit, de periode en het betaalde bedrag vermelden. Pas dan voldoet uw aangifte aan de voorwaarden. Om de aangifte in te dienen, gebruikt u uw ondernemingsnummer. Niet voor feitelijke verenigingen zonder ondernemingsnummer, deze krijgen een uniek nummer toegekend bij registratie.

Opgelet voor de kleine lettertjes

De wet op onbelast bijverdienen bracht heel wat protest teweeg. Vooral zelfstandigen en bestaande ondernemingen vreesden oneerlijke concurrentie. Om misbruik tegen te gaan, besliste de regering om enkele maatregelen in te voeren.

  • Iemand mag maandelijks maximaal 510,83 euro onbelast bijverdienen, op jaarbasis is dat maximaal 6.130 euro. Dit is inclusief eventuele onkostenvergoedingen.
  • Uw werknemers mogen niet binnen uw vereniging plussen, tot 1 jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  • Ook uw vrijwilligers mogen niet onbelast bijverdienen binnen uw organisatie, tenzij u voor het vrijwilligerswerk geen onkostenvergoeding toekent of het om een andere periode gaat.

Update: Deze wetgeving werd aangevochten bij het Grondwettelijk Hof. Of de wetgeving met deze bepalingen zal standhouden is niet zeker, het Grondwettelijk Hof kan deze namelijk nietig verklaren. Aangezien dit verregaande gevolgen kan hebben voor zowel de verenigingswerker als de vereniging adviseren wij om een afwachtende houding aan te nemen en nog geen gebruik te maken van dit stelsel. Wij zullen u ten gepaste tijde informeren over de verdere evoluties.

In de praktijk: reken op uw SBB-expert

Wees zeker van uw zaak en schakel tijdig de hulp in van een expert. Wij staan u graag met raad en daad bij.

Nick Meerlaen

Nick Meerlaen

Adviseur Social Profit

Schrijf u in op de sectornieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen.